
In 1998 heb ik de Verenigde Eigen Rijders Nederland (VERN) opgericht. De aanleiding was de groeiende groep kleine transportbedrijven die ik eind jaren ’70 de naam ‘eigen rijders’ heb gegeven: ondernemingen waar de eigenaar zelf nog de kern van de operatie vormt, ook als hij inmiddels vijf vrachtwagens heeft.1 Vandaag de dag vertegenwoordigt de VERN een substantieel deel van de 10.300 kleine transportbedrijven in ons land en is daarmee, de tweede grootste vervoers belangenorganisatie gemeten naar het aantal aangesloten bedrijven. Onze leden zijn geen anonieme cijfers in een statistiek; zij vormen de ruggengraat van de Nederlandse economie, de onmisbare schakels die ons land dag en nacht draaiende houden.
Deze visie is geen theoretische exercitie. Ze is geworteld in decennia van praktijkervaring. Ik heb veertien jaar lang boeken over transport geschreven voor onze leden, lesgegeven in verkeersveiligheid in opdracht van de EU in Istanbul en Ankara, en zit in zeventien stuur- en klankbordgroepen. Sinds 2006 maak ik deel uit van de Raad van Bestuur van een vergunningverlenende instantie. Deze diepe betrokkenheid heeft ons geleerd dat de beste oplossingen vaak de meest pragmatische zijn. Een voorbeeld hiervan is de dieselclausule die ik in de markt heb gezet en die door 86% van de bedrijven wordt toegepast. Deze clausule koppelt het vrachttarief direct aan de dieselprijs, Waardoor een enorme financiële onzekerheid voor de transporteur wordt weggenomen. Wordt de diesel vijf euro per liter? Dan lig ik er niet wakker van. Het is een simpel, marktconform mechanisme dat een complex probleem oplost zonder subsidies of ingewikkelde regelgeving. Dit principe van pragmatisch en effectief handelen vormt de kern van onze visie voor de toekomst.
II. De realiteit op de weg: Een kruispunt van ongekende uitdagingen
De Nederlandse transportsector staat op een kritiek kruispunt. De weg die nu wordt ingeslagen, gedreven door goedbedoelde maar onrealistische ambities, leidt rechtstreeks naar een economisch en sociaal debacle. Zonder een drastische koerswijziging zullen duizenden gezonde familiebedrijven verdwijnen, en zal de strategische positie van Nederland als logistieke grootmacht onherstelbaar worden beschadigd.
De elektrische illusie
Het huidige beleid wat focussed op volledige elektrificatie van het vrachtvervoer is een illusie die voorbijgaat aan de harde realiteit van onze sector. Meer dan 80% van onze leden, de MKB-transportbedrijven, kan onder de huidige omstandigheden simpelweg niet overschakelen op elektrische vrachtwagens. De redenen hiervoor zijn geen gebrek aan wil, maar onoverkomelijke barrières.
Ten eerste zijn er de financiële drempels. Een elektrische vrachtwagen is drie keer zo duur als een diesel variant. Banken en leasemaatschappijen weigeren de financiering, omdat er geen sluitend verdienmodel is. Een transporteur die onlangs twintig elektrische vrachtwagens moest afnemen van zijn Duitse moederconcern, leed een verlies van circa 100.000 euro per maand. De oorzaak? Een te beperkte actieradius van 500 kilometer per dag, Waardoor er drie chauffeurs nodig waren voor twee wagens, en buitensporig veel productieve uren verloren gingen aan opladen. De subsidies, zoals de terugsluis gelden, bereiken onze achterban niet. Van de 2.500 aanvragen werden er slechts 1.556 gehonoreerd, voornamelijk voor de allergrootste bedrijven. De 156 miljoen euro die wordt uitgekeerd, gaat naar hooguit 2% van de sector, terwijl de overige 98% in de kou staat. Veel van die grote bedrijven kopen een paar elektrische wagens voor de folder en de website, maar daar blijft het bij.
Ten tweede is er de operationele nachtmerrie van de laadinfrastructuur. De eis vanuit Brussel voor een laadstation om de 60 kilometer klinkt mooi op papier, maar is een fata morgana in de praktijk. Wie gaat de vele weilanden onteigenen die nodig zijn voor laadpleinen waar honderden vrachtwagens tegelijk urenlang moeten staan? Wie betaalt de snelladers van tienduizenden euro's per stuk? En wie realiseert en exploiteert de noodzakelijke sanitaire voorzieningen en restaurants voor al die wachtende chauffeurs, dag en nacht? Deze fundamentele vragen blijven onbeantwoord.
De blinde vlek in de regelgeving
Terwijl de politiek zich blindstaart op elektrificatie, wordt een direct beschikbare, betaalbare en zeer effectieve oplossing volledig genegeerd. Alternatieve, schone brandstoffen zoals HVO100, die een CO2-reductie tot 95% realiseren, zijn niet wettelijk verankerd in de ‘wet emissievrije voertuigen’. Dit is een cruciale blinde vlek, een hiaat in de regelgeving met absurde gevolgen. Een moderne Euro 6-vrachtwagen op HVO100 is objectief vele malen schoner dan talloze personenauto’s, maar mag de binnensteden niet in, terwijl die auto’s dat wel mogen. Omdat deze wettelijke basis ontbreekt, kunnen gemeenten, de RDW en certificeringsinstanties geen kant op. Het hele systeem zit op slot door één enkele omissie in de wet.
De oneerlijke concurrentiestrijd
Deze binnenlandse beleidskeuzes creëren een perfecte storm waarin de Nederlandse transportsector wordt weggeconcurreerd. Sinds de EU-uitbreiding in 2006 is het Nederlandse marktaandeel in het Europese transport ingestort van een dominante 27% naar minder dan 3%. Ondertussen is Polen gegroeid naar 56%.Deze verschuiving wordt gedreven door lagere loonkosten, maar verergerd door ons eigen beleid.
Opdrachtgevers en verladers, ook partijen als VNO-NCW en Evofenedex, kijken door steeds hoger wordende productiekosten steeds vaker primair naar de kostprijs. Een Oost-Europees bedrijf kan een transportoplossing aanbieden voor bedrag X. Een Nederlands bedrijf met een elektrische vloot moet daar ca. 35% meer voor rekenen. De keuze voor de opdrachtgever is dan snel gemaakt. Het resultaat is een gevaarlijke paradox: terwijl wij in Nederland een onbetaalbare transitie proberen af te dwingen, bestellen grote Oost-Europese transporteurs duizenden nieuwe dieselwagens bij de fabrikanten. Het gevolg is dat het transport op onze wegen niet schoner wordt, maar slechts verschuift van Nederlandse bedrijven die willen verduurzamen naar buitenlandse diesel vloten. Het beleid bereikt zo het tegenovergestelde van zijn doel: het vernietigt een vitale binnenlandse sector en besteedt onze emissies uit aan het buitenland.
Het probleem is geen gebrek aan ondernemerschap, maar een systemische weeffout waarbij kapitaal, subsidies en regelgeving structureel zijn afgestemd op een kleine elite, terwijl de ruggengraat van de sector wordt buitengesloten.
III. VERN visie: Duurzaam realisme voor een levensvatbare sector
De visie van VERN is er een van duurzaam realisme. Wij verwerpen de gedachte dat we moeten kiezen tussen een gezonde planeet en een gezonde economie. De VERN stelt een intelligente, tweeledige aanpak voor die de sector onmiddellijk verduurzaamt, de concurrentiekracht herstelt en de controle teruggeeft aan de ondernemer. Dit is geen plan gebaseerd op afhankelijkheid van subsidies, maar op de kracht van efficiëntie en innovatie.
De sleutel: Het clean fuel contract
De kern van onze oplossing is de onmiddellijke, grootschalige omarming van alternatieve brandstoffen zoals HVO100 en bio-LNG. Dit wordt mogelijk gemaakt door wat wij het ‘Clean Fuel Contract’ noemen: een systeem dat het gebruik van aantoonbaar schone brandstoffen beloont met toegang tot de steden en lagere heffingen.
Deze aanpak heeft cruciale voordelen. Het stelt onze 10.300 kleine bedrijven in staat om hun bestaande, kapitaalintensieve vrachtwagens en de bestaande tankinfrastructuur te blijven gebruiken. Dit voorkomt kapitaalvernietiging van ongekende omvang en stelt ondernemers in staat om te concurreren. Het bewijs voor het gebruik van deze schone brandstoffen is bovendien verrassend eenvoudig en robuust. De factuur van de brandstofleverancier specificeert exact welk type brandstof is getankt. Dit is een waterdicht bewijs dat door instanties als de Belastingdienst eenvoudig kan worden gecontroleerd, vergelijkbaar met hoe het systeem van de ‘paarse diesel’ vroeger feilloos werkte.
Daarnaast stimuleren wij onze leden om hun macht als collectief te gebruiken. Zoals we in regio’s als Breda zien, kunnen kleine transporteurs hun inkoopkracht bundelen. Door gezamenlijk met één brandstofleverancier te onderhandelen, kunnen zij aanzienlijke kortingen bedingen. Dit maakt schone brandstoffen niet alleen ecologisch, maar ook economisch de slimste keuze en versterkt de positie van de ondernemer.
Efficiëntie als tweede motor van duurzaamheid
De tweede pijler van onze visie is een frontale aanval op verspilling. Het is een schokkende realiteit dat een heel erg groot deel van de vrachtwagens op de Nederlandse wegen nagenoeg leeg rondrijdt. Dit is een enorme bron van onnodig omzetverlies en CO2-uitstoot. Een vrachtwagen die stilstaat of niet onnodig rijdt, is de schoonste vrachtwagen die er is.
De VERN werkt hier niet alleen aan. Met “de slimme bijrijder” hebben we een alliantie gesmeed met softwarebedrijven, de Universiteit van Twente, de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen en de Breda University of applied science. Samen ontwikkelen we een geavanceerd systeem dat ervoor moet zorgen dat vrachtwagens ‘vol heen en vol terug’ rijden. De economische winst hiervan is enorm. Een volledig beladen terugrit is een ‘dubbel betaalde rit’. Dit verbetert de winstgevendheid van elk voertuig drastisch, waardoor onze bedrijven weerbaarder worden tegen de concurrentie en het kapitaal genereren dat nodig is voor toekomstige investeringen. Deze innovatie brengen wij ook in bij het nieuw op te richten logistieke huis, waarin de logistiek geëngageerde bedrijfsverenigingen samen met overheid toekomstig beleid gaan voorstellen en ondernemers gaan informeren over de mogelijkheden en onmogelijkheden in een snel veranderende markt.
Door zowel de brandstof te verduurzamen als de operationele verspilling te elimineren, pakken we het CO2-probleem op twee fronten tegelijk aan. Dit is geen poging om de status quo te behouden; het is een holistische strategie om het hele logistieke systeem te optimaliseren voor zowel economische als ecologische prestaties.
IV. Een appèl aan onze Partners: Samen de schouders eronder
Deze visie kunnen wij niet alleen realiseren. Het vereist een gezamenlijke inspanning van alle betrokken partijen. Daarom doen wij een dringend appèl.
Aan de overheid en de politiek
Stop de ideologische fixatie op één enkele technologie. Creëer wetgeving die technologie-neutraal is en die CO2-reductie beloont, ongeacht hoe die wordt bereikt. Geef alternatieve, schone brandstoffen zoals HVO100 onmiddellijk de wettelijke basis die ze verdienen. Erken dat een gezonde, binnenlandse transportsector van vitaal strategisch belang is voor de welvaart en de bevoorradingszekerheid van Nederland.
Aan opdrachtgevers en verladers
Kijk verder dan de korte termijn en de laagste prijs. De teloorgang van het Nederlandse transport-MKB leidt onvermijdelijk tot een minder betrouwbare, minder flexibele en uiteindelijk duurdere logistieke keten die wordt gedomineerd door enkele grote, buitenlandse spelers. Een echt partnerschap betekent investeren in de stabiliteit, de kwaliteit en de duurzaamheid van uw binnenlandse logistieke netwerk.
Aan het ‘Logistieke Huis’ en de kennisinstituten
Wij waarderen het theoretische werk, maar het moet worden verankerd in de praktijk. Een transporteur zal niet luisteren naar een academicus die nog nooit een vrachtbrief heeft gezien of een nachtslot heeft moeten regelen. Zoals ik heb aangedrongen: we moeten de kloof tussen theorie en praktijk overbruggen door te zorgen dat doorgewinterde experts uit het bedrijfsleven de kern vormen van de ontwikkeling en implementatie van nieuwe logistieke oplossingen. Een transporteur vraagt altijd: “What’s in it for me?”.
Aan onze leden
We staan voor een existentiële uitdaging, maar we zijn niet machteloos. Omarm de strategieën van collectieve inkoop en slimme logistiek. Maak gebruik van de instrumenten die we ontwikkelen. Uw vakmanschap, uw veerkracht en uw eenheid zijn onze grootste kracht.
V. Conclusie: De toekomst heeft één naam: Hoop
Uiteindelijk komt onze hele visie, de strijd voor schone brandstoffen, de drang naar efficiëntie en de roep om eerlijke concurrentie, neer op één essentieel woord van vier letters. Zoals ik altijd zeg: “Bedrijven die willen, willen één ding hebben. En dat is het woord hoop”.
Hoop is geen abstract begrip. Het is het concrete vooruitzicht dat een leven lang hard werken niet voor niets is geweest. Het is de zekerheid dat een gezond bedrijf kan worden doorgegeven aan de volgende generatie. Zonder deze hoop droogt de opvolging op en houdt het op te bestaan. Onze visie biedt die hoop. Het schetst een begaanbare weg naar een toekomst die zowel duurzaam als economisch levensvatbaar is. Een toekomst waarin de Nederlandse eigen rijder de motor van onze economie blijft.
Laat iedereen zich bewust zijn van wat er op het spel staat. Want er is één waarheid die altijd overeind blijft: “Het gaat mis als er geen transport meer is.”.1